WEBLOG VAN EEN PARANORMAAL THERAPEUT door Elly van Wijnbergen

Over mijn werkwijze

31 08 05 - 11:17
'Ik had een vraag. Wanneer je een cliënt behandelt hoe weet je dan of dat altijd het goede is wat je doet? Krijg je aanwijzingen of suggesties? Je voelt de energie, neemt waar en weet… Echter wat geeft de doorslag?
En wat als een cliënt b.v. aangeeft misselijk te worden tijdens of na de behandeling?
Ik ben gewoon benieuwd naar je werkwijze. Ik weet natuurlijk niet of dit soort vragen hier thuis horen?!,
vraagt Tessa onder het artikel ‘Sprakeloos’.

Dit soort vragen horen hier zeker thuis Tessa, graag zelfs, heb ik weer wat om over te schrijven.

>>lees meer

Over God

24 08 05 - 13:11
Het zal je toch gebeuren dat je een column schrijft over God en dat je ‘m dan per ongeluk in de trash ploept. Uit frustratie beland je dan in een soort ‘writersblock’ en heb je geen zin meer om opnieuw te beginnen.

Ander onderwerp dus...

Nu we het toch over kwijtraken hebben. Ik schreef vanaf mijn zestiende gedichten. Een bundel vol met gedichten. Zo’n twintig jaar schrijverij. En ze zijn allemaal foetsie. Ik vermoed nog steeds dat de verkeerde doos bij het oud papier is beland. Ik heb na de verdwijning ook nooit meer een gedicht geschreven. En niet eens zozeer vanuit frustratie (of misschien ook wel), maar meer als iets van, het is goed zo. >>lees meer

De kracht van edelstenen

17 08 05 - 13:50
Ik ben niet echt thuis in edelstenen. Ik geloof wel in de kracht ervan. Ik heb ook aan den ‘lijve’ ondervonden wat de kracht van een edelsteen inhoudt. Nou ja, kracht... Het is meer het absorptievermogen van de steen dat mij van de aardbodem tilde...

Ik ga weer zo’n pakweg vijftien jaar terug. Het zal u niet ontgaan zijn dat ik vaker schrijf over lang geleden. En dat komt omdat de smeuiigste verhalen die ik aan u kwijt kan stammen uit de tijd dat ik nog in de experimentele fase zat van het paranormaal zijn. Niet dat die fase ooit voorbij gaat, maar er is wel een bepaalde rust en routine ontstaan. Buiten het feit dat mijn werk natuurlijk zeer boeiend is, gebeurt er in de privétak nog maar weinig buitensporigs op dit gebied. Je zou dat best wat saai kunnen noemen. Niet dat ik terug verlang naar die periode, want zo leuk was het allemaal niet, maar voor een (naar ik hoop) wat smeuige column kan ik er nog leuk uit putten.

Ton was benieuwd naar de kracht van de amathist. Hij had zich laten vertellen dat de amathist een edelsteen is die goed schijnt te werken bij hoofdpijn. Mijn handen ook, maar je probeert eens wat.
Ik toog dus naar Soul le Soleil op de Oude gracht in Utrecht en kocht daar een knots van een amathist. Des te groter des te beter, dacht ik. De amathist kreeg een prominente plek aan het hoofdeinde van ons bed, want waar kan een edelsteen voor hoofdpijn beter staan dan aan het hoofdeinde, dacht ik ook.

Die nacht...
‘Wat lig je te te draaien joh.’ zegt Ton wat geïrriteerd.
‘Ik weet het niet, maar ik zie van alles in een moordend tempo. Het lijkt wel een draaimolen. Ik word er kotsmisselijk van.’
‘Hoe kan dat dan?’
‘Ja, weet ik veel.’.

Ik kende wel meer van dat soort momenten. Als ik bijvoorbeeld een nacht in een hotelkamer sliep trokken er in die nachtelijke uren ook allerlei taferelen aan mijn innerlijk oog voorbij, allemaal vreemde snoeten. En dat acclimatiseerde dan wel weer naarmate mijn energie zich ook ter plekke wat ging nestelen, maar dit was anders, wel net zo onschuldig, maar heftiger...
Ik zweefde voortdurend half bewust in de fase van waken en slapen, en ik kwam er niet doorheen. Het voelde alsof ik van hot naar her geslingerd werd. Beelden wisselden elkaar af in een niet bij te houden tempo. Alles ging er met mij vandoor, telkens wanneer ik net in slaap dreigde te vallen. Het voelde als een soort wagenzieke, waarbij elke bocht er één te veel is,  maar dan anders.

‘Haal die amatist es weg dan.’
‘Het zal toch niet... Nèèèh...’
‘Nou, ik weet het niet met jou. Doe het nou maar.’ zegt Ton overtuigd.
Ton had wel meer heldere momenten omtrent mijn helderziende waarnemingen als ik ze niet had. Ik toog dus met de amathist naar beneden en gaf hem dáár een prominente plek.
Het leed was geleden en ik heb de resterende nacht geslapen als een blok.

De volgende dag heb ik de steen flink afgespoeld in de hoop hem  te zuiveren. Ik heb hem een aantal dagen beneden laten staan om hem als het ware eerst weer te laden met de energie van mijn omgeving. Dat hielp. Het volgende experiment met dezelfde steen aan hetzelfde hoofdeinde (want nu wilde ik het weten ook) verliep succesvol. Niet zozeer voor de hoofdpijn, maar ik sliep weer als een roos.

De steen heeft echter behalve zijn grote absorptie vermogen niet veel indruk meer op mij gemaakt. Ik weet niet eens meer of die steen nou wel hielp voor de Ton's hoofdpijn of niet. Het zal wel niet, want ik weet nog wel dat hij is beland in een oude doos die vervolgens weer beland is bij een liefhebber. Daarbij wil ik niets te kort doen aan de pracht van een edelsteen, maar het is niet zo mijn ding.
Ik heb wel destijds vanuit nieuwsgierigheid verschillende edelstenen bevoeld en kwam er zo achter dat elk soort een eigen specifieke trilling heeft. Een eigen energie. En omdat ik geloof dat trillingen elkaar beinvloeden geloof ik best dat de trilling van edelstenen andere trillingen kunnen beinvloeden. Over trillingen die elkaar beinvloeden, heb ik in 2001 eerder geschreven in de columns Niet alleen bij paranormalen  en De eeuwige beweging

Hoe lang die amathist in de winkel had gelegen en waar nog meer, daar had ik geen idee van. Maar van wat de steen allemaal had geabsorbeerd wel. En dat was veel. Poeh...

Helderzien is geen kunst

10 08 05 - 11:52
Helderzien is geen kunst. Wij doen het in feite allemaal.
Ik ben ervan overtuigd dat wij allen open staan voor indrukken van buiten. Dat is op zich niets paranormaals. Zonder dat zouden wij als ‘blinden’ door het leven gaan.
Ook u proeft een sfeer als u ergens binnenkomt. Iedereen kan ogenschijnlijk vrolijk ogen, maar als er een rotsfeer hangt dan voel je dat, ook al kun je de aard ervan niet benoemen. En wie kent niet dat gevoel als je iemand voor de eerste keer ontmoet. Zonder de persoon te kennen heb je al een gevoel, nog voordat woorden zijn gesproken. Je voelt direct een klik of juist niet. Die ‘eerste indruk’ ervaren we allemaal. Die eerste indruk in waarneming. En bij die eerste indruk komen we vaak weer terug, nadat alle vermomming die wij met het visuele oog hebben waargenomen, en die ons heeft afgeleid van de werkelijkheid, de revue is gepasseerd. Als we die dus eerst met de ratio hebben getoetst.

Een blik in iemands ogen vertelt boekdelen, meer dan woorden in het moment van die blik kunnen. Ogen kunnen verschillen in kleur, in helderheid, in vorm, maar dat gevoel dat wij ‘zien’ gaat dieper dan die tastbare vorm.

Wij zijn gewend dingen toe te schrijven aan tastbare vormen.
Maar u kent ook vast dat ‘gevoel’ wel, als je bijvoorbeeld een huis wilt gaan kopen. Je voelt je in een huis op je gemak of juist niet, terwijl we het menen te hebben over iets tastbaars zonder emotie. Natuurlijk heeft het te maken met wat je met het visuele oog waarneemt, maar het is meer en iedereen weet wat ik bedoel. En als je dan vraagt, wat is dat dan, dan weten negen van de tien daar geen helder antwoord op te geven. “Ja... een gevoel... Het ziet er mooi uit, maar het voelt niet goed” Ook al vind je het huis dat voldoet aan de wensen van je visuele waarneming, het ‘gevoel’ overstijgt die werkelijkheid uiteindelijk.

Ik denk in beelden. Ik zou niet weten hoe dat niet te doen. Als ik naar iemand luister dan ‘beeld’ ik mij in.
Ik luisterde ooit naar vrouw in een programma over het ‘paranormale’ van Tineke de Nooy (Paranormaal en Tineke de Nooy is een eeuwigheid  terug). De vrouw ging in regressie. Zij ging dus onder hypnose terug in de tijd. Ik zelf dacht al kijkende aan een jaartal. Een paar seconden later noemde de vrouw datzelfde jaartal waarin zij zich bevond. Ik zag ook in mijn verbeelding een vrouw angstig met haar kind in bed liggen en ik hoorde in gedachten hard gebonk op de deur. Daarna zag ik hoe de vrouw en het kind werden weggehaald. Ik voelde de angst. Een fractie in tijd later vertelde de vrouw hetzelfde verhaal binnen haar waarneming.
Ik had mij dus 'ingeleefd' zonder dat ik er erg in had. Ik verplaatste mij dus in het gevoel van de vrouw en ik dacht dat ik gewoon fantaseerde zoals je wel meer fantaseert als je naar iemand luistert. Maar door het verhaal van de vrouw toetste ik direct mijn gedachten, terwijl het voelde alsof de vrouw mijn gedachten vertelde in plaats van andersom.
Of de beelden qua kleur en vorm exact klopte met die van de van de vrouw valt niet te toetsen. Als we het hebben over groen gras, dan zal de vorm van gras ons allen bekend voorkomen, maar of die kleur groen er voor iedereen er hetzelfde uitziet zullen we nooit weten. Wij associeren ook met beelden die wij kennen, met gevoelens die wij kennen en met 'fantasieeen' die wij hebben. En omdat wij associeren lijkt het op een waarneming vanuit eigen gedachten, ook al is het een indruk van buiten.

Helder ‘zien’ is dus geen kunst. Bij de les blijven, dàt is de kunst...

Spoken en draken

03 08 05 - 21:39
Het blijft ontroerend als een mensenkind zo eenvoudig en oprecht reageert... schreef Juliet onder de column Praten in prikkels. Het ontroerd ook mij telkens weer. Een kind weet in zijn eenvoud vaak beter te vertalen wat het voelt dan wij als volwassenen. Een kind is direct en praat puur. Een kind neemt je serieus of niet, staat je toe of niet...

Ik kom bij de supermarkt een moeder tegen die mij vertelt dat haar kind al heel lang extreem boos gedrag vertoont en daarin onbereikbaar is. Vanuit de reguliere zorg is er naar gekeken, maar zonder resultaat.
“Dit is weer geen toeval. Nooit kom ik je tegen en net nu we overwegen aan je te vragen of jij misschien iets kunt doen zie ik je weer.”
"Zo werkt dat," zeg ik.
Nog diezelfde middag belt ze voor een afspraak.

De eerste keer dat ze met haar zoontje in de praktijk komt is hij wat afhoudend, maar zodra ik hem ga behandelen is het oké. Hij is lief, rustig en staat mij toe. Ik heb het gevoel dat zijn boosheid een aaneenschakeling is van gevoelens van onmacht die hij heeft ondergaan gedurende een periode van operaties toen hij nog een baby was. Ik vind een ingang door hem te vragen of hij boze dingen droomt. Hij droomt inderdaad over draken en spoken en vecht ermee. Hij vertelt er open over en ik heb goede hoop dat ik iets voor hem kan doen.

Als hij een week later weer komt gedraagt hij zich anders. Hij is boos en wil niet behandeld worden.
Zijn moeder voelt zich er ongemakkelijk bij, maar ze is ook blij dat ik nu kan zien hoe hij zich gedraagt.
"Maar nu is het wel heel erg,” stelt ze. “Kan dat komen door de behandeling?”
“Dat kan”, zeg ik. “Als er door de behandeling iets vrij komt dat geblokkeerd was kan het zijn dat de klachten in eerste instantie verergeren, dat er nu meer boosheid vrij komt dan anders. Zie het als die emmer die voortdurend overloopt maar wel vol blijft, en die nu geleegd wordt.”
Ze probeert hem te overreden, want ze heeft haar hoop op mij gevestigd, maar ik wil niets forceren.
“Kun je dan misschien op afstand iets voor hem doen?”
“Zorg maar dat ik een foto krijg, dan zal ik kijken of ik een ingang kan vinden gedurende de week.'' Ik vertel haar wel dat ik ook op afstand niets ga forceren. Het zou enkel nog meer schade berokken en dat kan niet de bedoeling zijn. 'Bel me aan het eind van de week maar even op,” zeg ik. ''dan kan ik je meer vertellen.''

De volgende dag pak ik zijn foto. Ik voel weerstand en weer die enorme boosheid... Ik doe niets.
De volgende vind ik toegang en kan ik behandelen, met gemak zelfs. Opeens is het open.

Als zijn moeder mij op de afgesproken dag belt vertelt ze dat het nu opeens beter gaat. Hij is rustiger, is lief voor zijn zusje en lief voor haar. Hij luistert zelfs zonder tegenstribbelen, en dat is uitzonderlijk binnen het patroon van zijn gedrag. Ze vraagt zich af of het nog wel nodig is dat ik hem verder behandel, want ze is al tevreden zoals het nu gaat. Ik zelf vind het verstandiger om hem nog even op afstand te begeleiden. We spreken af dat we over twee weken opnieuw evalueren.
Twee weken later is zijn gedrag nog steeds stabiel en we besluiten het zo te laten.

Als ik haar een paar weken later weer tegenkom zegt ze: “Het gaat allemaal goed, maar ik heb nog steeds geen faktuur van je.”
“Klopt, komt, echt.” zeg ik. Maar ze twijfelt eraan en ze lacht. Zakelijkheid is inderdaad niet mijn sterkste kant als het op kinderen aankomt.